Fietstechniek

Fietstechniek. Wie al lange tochten gemaakt heeft, bijvoorbeeld naar Rome of Praag hoeven we weinig meer te vertellen over fietstechniek. Maar voor veel mensen is de Camino de eerste lange tocht. Dan is het handig als je een paar tips krijgt die je leven wat gemakkelijker en veiliger maken.

‘Koffiemolentje’:

Santiagofietsen zijn meestal uitgerust met een flinke hoeveelheid versnellingen. 3 tandwielen voor en 8,9 of 10 achter. Daarmee kan je het gewenste aantal omwentelingen van het trappen instellen. Als je een maand lang dagelijks fietst krijgen je spieren en gewrichten flink op hun donder, met name als je iets te zwaar fietst. Dat kan tot blessures leiden. Als bij het traplopen je knieën aanvoelen alsof iemand er spijkers in geslagen heeft ben je te zwaar bezig en dan is het vaak te laat. Probeer daarom lekker licht te rijden en een lekker snel ritme aan te houden. En bij iedere verandering van omstandigheden als helling, wind, viaduct steeds een beetje bij of af te schakelen. Op een gegeven moment krijg je daarmee een ideaal ritme wat je ook heel lang kunt volhouden. Je draait dan als een ‘koffiemolentje’ zoals dat wel eens genoemd wordt.

Ook bij het steeds stoppen voor stoplichten, weg zoeken etc. moet je ook steeds weer optrekken. De fiets + bagage + berijder weegt vaak meer dan 100 kilo. Als je daar steeds iets te zwaar mee wegrijdt vraag je om blessures. Het is beter om op het moment dat je ziet dat je moet stoppen alvast terug te schakelen naar de stand waar je lekker in wegrijdt. Dat is het behoud van je spieren en gewrichten. Je zal merken dat je rechter duimspier daar aan moet wennen vanwege het vele drukken maar dat gaat over.

Clicks of niet:

Er zijn schoenen en pedalen met een clicksysteem waarbij de schoen vastklikt aan de trapper. Het effect is dat je dan kunt duwen en trekken en dat is vooral in de bergen een voordeel. Daarnaast kun je niet van de trappers glijden. Het heeft dus zijn voordelen.

Maar…. je moet met deze techniek geoefend zijn. Je moet een automatisme in je hoofd hebben dat onmiddellijk werkt als je je los moet maken. Dat leer je door het vaak te doen en bijvoorbeeld te oefenen tijdens ritten die je vooraf maakt. Als je in een groepje rijdt waarbij iemand voor je een gekke slinger maakt moet je dus in een fractie van een seconde kunnen reageren. Dus de noodstop moet je feilloos kunnen maken. Shimano heeft een trapper waarbij je aan de ene kant clicks hebt en aan de andere kant niet. Die kant zonder clicks kun je dan bijvoorbeeld in de stad gebruiken als je vaak moet stoppen. Neem voor een tocht altijd een setje losse clicks mee en het bijbehorende inbussleuteltje zodat je onderweg kunt vervangen of bijstellen.

Daalsnelheid:

Je zult tijdens de tocht merken dat er veel afdalingen zijn waarbij mensen je soms met enorme snelheden voorbij komen. Een gewicht van meer dan honderd kilo op wielen wil wel naar beneden en dan kun je zonder te trappen snelheden halen van 80 kilometer of hoger. Maar dat is levensgevaarlijk. Een steentje, een scheur in de weg of een overstekend hert en je Camino is afgelopen. Spreek daarom met jezelf een maximale daalsnelheid af waarbij je alles onder controle hebt. Je hebt immers geen haast. Als je plotseling moet remmen in een afdaling moeten meestal vier blokjes rubber meer dan honderd kilo gaan tegenhouden. En als je bergaf te enthousiast met je voorrem remt kun je een leuke salto maken. Wat de remblokjes betreft is het zo dat bijna iedereen een complete set verslijt gedurende de helft tot tweederde van de tocht. Je moet dus een setje extra meenemen en ze steeds controleren. Afgesleten remblokken of bijna geen remblokken meer zorgen voor scheuren in je velg. En als laatste over remmen; fiets nooit met een gebroken kabel. Als de andere kabel ook breekt gaat het echt mis met je.

Wegligging:

Een fiets met bagage gedraagt zich anders dan een fiets zonder bagage. Het stuurt anders, je draaicirkel is vaak groter. Het is goed om voorafgaande aan de tocht ook te oefenen met bagage of desnoods met de tassen vol met wat boeken. Je moet dan voor de grap eens proberen een zo klein mogelijk cirkeltje te fietsen. Je zult merken dat waar je normaal op een gemiddeld fietspad rijdend om kan keren, je dat nu veel moeilijker lukt. Dus ook hier weer een beetje oefenen. Ook in een afdaling gedraagt een fiets met bagage zich anders. En als je ergens onderweg je bagage op de slaapplaats gebracht hebt en de fiets nog even gebruikt om bijvoorbeeld te gaan eten, lijkt je fiets wel een raket.

Het bovenstaande is niet bedoeld om mensen af te schrikken maar om op wat punten te wijzen. Wie met gezond verstand gaat rijden hoeft niets te vrezen.