Medische aspecten

De Camino kent zijn medische aspecten en die verschillen van persoon tot persoon. Ook verschillen die aspecten tussen lopers en fietsers. Binnen onze stichting beschikken we niet over enige medische bevoegdheid om mensen persoonlijk te adviseren. Wel kunnen we wat globale tips geven die van pas kunnen komen. De belangrijkste daarvan is ons advies om voor de tocht voldoende te trainen. Hoe meer je hebt getraind, des te gemakkelijker zal de tocht zijn.

Hieronder noemen we wat punten waarvan we denken dat die aandacht nodig hebben. Dat wil niet zeggen dat ze voor jou altijd van toepassing zijn. Overleg daarom bij twijfel en als je zeker weet iets te mankeren altijd met een arts.

Algemeen:

Het is handig om zelf een documentje te maken met daarop je naam, adres, gsm-nummer, wie er in een noodsituatie gebeld moet worden (partner, familie of vrienden met hun internationale telefoonnummer +31 etc. en eventueel gegevens over ziekte, medicijnen, arts-specialist, ziekenhuis patiëntnummer etc.). Maak behalve een Nederlandse- ook een Franse en een Spaanse versie! Waarom is dit handig? Je kan in een situatie geraken waarin je hulp nodig hebt en niet in staat bent om iets te zeggen. Hulpverleners doorzoeken in zo’n situatie je kleding en daarna je bagage om iets over je te weet te komen. Mensen die chronisch ziek zijn zouden het documentje standaard in een zakje om de hals moeten dragen of in een borstzak van een shirt.

Hoe maak je zo’n document? Ben je onder behandeling van een medisch specialist dan weet je wat je mankeert. Zoek deze aandoening op in Wikipedia, en ga vervolgens naar de Franse (français) en Spaanse (espagnol) versie van de bewuste Wikipedia pagina. Zet je gegevens in drie kolommen onder elkaar. Dat kan met Word of met LibreOffice Writer. Namen van medicijnen in het Nederlands plus de dagelijkse dosering. Voeg een ziekenhuis naam / dossiernr. / telefoonnummer toe en de naam van de behandelend specialist en diens telefoonnummer.

Conditie:

De Camino is een lichamelijke inspanning. Als je vanuit Nederland vertrekt wordt die inspanning groter naarmate je verder op de route komt. Voor veel gelegenheidsfietsers geldt dat het traject naar de Pyreneeën een training vormt waardoor je na een week of drie gemakkelijker in staat bent om de pittige klim vanaf St.-Jean-Pied-de-Port te maken. Dat gaat echter niet voor iedereen op. Als je in de periode voor de tocht flink traint voorkom je verrassingen zoals het forceren van allerlei spieren en gewrichten.

Wie pas in St. Jean start, zoals de meeste wandelaars doen, doet er verstandig aan om vooraf flink wat (klim)kilometers te maken. Een paar weekendjes Limburg of ergens anders waar het flink heuvelt zijn dan aan te bevelen. Fietsers die de route in 3 delen fietsen moeten er rekening mee houden dat deel 3 het pittigste is en dus voor het laatste deel in Nederland flink conditie opbouwen. We horen regelmatig dat het mensen erg tegenvalt als ze, bijvoorbeeld door een voorjaar met slecht weer, weinig getraind hebben en dan ineens voor de Ibañeta pas staan. En train bij voorkeur met bagage zodat je weet wat een rugzak of fietstassen voor effect hebben. Veel ongerief kun je ook eenvoudig voorkomen. Mensen die net een fiets hebben gekocht om daarmee naar Santiago te rijden laten de fiets vaak niet goed afstellen. En met een verkeerde zit krijg je arm-, nek- of rugklachten. Een goede fietsenmaker weet hoe hij de fiets voor jou moet afstellen.

Ook de knieën en de spieren daaromheen hebben veel werk te doen tijdens een fietstocht. Bij een te zware belasting ga je dat voelen. Daarom is soepel ronddraaien aan te bevelen boven steeds extra kracht zetten. Een voorbeeld: als je met de auto voor een stoplicht komt te staan zet je hem in de eerste versnelling om weer weg te rijden. Met een derailleur van de fiets kan dat niet. Dan moet je dus voor dat je stopt al terugschakelen naar de versnelling waarmee je straks wegrijdt. Dat is wat meer schakelen maar wel het behoud van je benen. Een fiets plus bagage plus de persoon er op weegt al snel veel meer dan 100 kilo en als je dat langdurig met een te zwaar verzet aandrijft krijg je problemen.

Voeten:

Voor zowel de fietser als de loper zijn de voeten belangrijke ledematen die je vooruit helpen. Daarom moeten die in goede conditie zijn. Nieuwe schoenen die zich nog naar je voeten moeten zetten leveren vaak risico’s op. Schoenen die al lekker ingelopen of ingereden zijn werken beter. In de avonden is het fijn om een paar lichte sandaaltjes of slippers bij je te hebben. Dan hebben de voeten even wat lucht en rust. Fietsschoenen, ook al hebben ze verzonken ‘clicks’, zijn niet geschikt om een stadje lopend te verkennen. Er zijn talloze verhalen over allerlei manieren om als loper je voeten te behandelen; dubbele sokken, smeerseltjes, tenen intapen met Compeed, etc. Die zijn voor iedereen persoonlijk en moet je eigenlijk voor de tocht voor jezelf uitgevonden hebben. Wij hebben hier geen tips voor. Mocht het onderweg misgaan weten de meeste artsen op de route er raad mee. Ook met blaren. Schroom nooit om een arts onderweg te raadplegen als het nodig is. Alle refugios weten zo’n arts te vinden. Een beginnende ontsteking kun je beter laten behandelen dan erger laten worden want dan zit je in de bus of het vliegtuig. Kijk voor vertrek even of je verzekering de kosten van doktersbezoeken e.d. dekt.

Zitvlak:

Als fietser zit je de hele dag op een zadel. Als je dat niet gewend bent krijg je zadelpijn. Je zitvlak krijgt het enigszins te verduren onderweg. Hoe meer je getraind bent, hoe minder last je hiervan zult hebben. Ook kan de kleding de oorzaak zijn. Wie niet met een fietsbroek fietst (met zeemleer of synthetische vulling) krijgt vaak te maken met het schuren van ondergoed en broek. En wie een broek met zeemleer wast en dan in de zon laat drogen heeft de volgende dag een stuk schuurpapier in zijn broek. Dat zeemleer kun je beter natuurlijk laten drogen (zonder zon) en het behandelen met vet. Om dit soort probleempjes te voorkomen gebruiken veel mensen middeltjes om het zitvlak in te smeren. De bekendste zijn uierzalf en Purol. Het praktische verschil tussen die twee is dat uierzalf niet intrekt en Purol wel waardoor je met Purol op een gestoffeerde stoel kunt gaan zitten en met uierzalf niet. Verder is ook dit weer een persoonlijke keuze.

Eten en drinken:

Je zal op de Camino mensen tegenkomen die van alles en nog wat gebruiken wat als gezond, ondersteunend etc. wordt aangeprezen zoals vitaminepillen e.d. Ook hierbij geldt dat we geen adviezen hebben. In de eeuwen hiervoor bereikten de mensen ook Santiago zonder dat die middelen bestonden. Wel belangrijk is dat je goed eet. Als je thuis lekker en gevarieerd eet moet je dat onderweg ook doen. Zes weken lang patat en ijsjes werkt thuis ook niet. En omdat je af en toe pittige inspanningen levert moet je ook wat extra eten. Het is goed als je verdeeld over de fiets- of wandeldag af en toe wat eet. Een lege maag zorgt voor ‘hongerklop’ en dan fiets of loop je niet lekker meer. Maar wat hapjes betreft is er genoeg te vinden in buurtwinkeltjes en supermarkten.

Drinken is essentieel. Door inspanning en hitte verlies je vocht en dat moet je aanvullen. En dat moet je doen voordat het te laat is. Dus de hele dag door blijven drinken, vooral als het heet is. Water is overal op de route te vinden, desnoods bij een huis langs de route. Neem liever teveel mee dan te weinig.

Je komt onderweg door een aantal mooie wijngebieden. Het kan geen kwaad om van de lekkere dingen daar te proeven. Bij het pelgrimsmenu krijg je steevast een wijntje maar dat is meestal geen topwijn. In de Navarra, Rioja en Bordeaux vind je gemakkelijk een plek waar ze goede wijn schenken.

Verwondingen:

7322308-ehbo-doos-gea-soleerd-op-een-witte-achtergrond-abstracte-kunst-illustratieAls loper kun je een keer over een steen struikelen en als fietser kan een klein steentje je op het asfalt doen belanden. Neem daarom een kleine EHBO set mee waarmee je verwondingen kunt behandelen. Iedere apotheek kan je adviseren wat daar in moet zitten. In ieder geval moet je een verwonding kunnen ontsmetten. Je kunt je EHBO set in Frankrijk en Spanje in ieder dorp aanvullen. Je ziet overal wel zo’n groen knipperend kruis van een apotheek. Zijn de verwondingen ernstiger moet je natuurlijk meteen naar een arts of ziekenhuis gaan.

 

Verkoudheid en griep:

Je kunt onderweg een griepje oplopen of een flinke verkoudheid. Dat is vervelend als je je moet inspannen en het beste is om dan even een paar rustdagen te houden en een dokter te raadplegen. Refugios en andere slaapplaatsen waar meerdere mensen slapen zijn niet blij met virussen. Als ze je op een slaapzaal laten slapen heb je een paar dagen en een aantal dorpjes later een epidemie. Als je hoestend en proestend voor de deur staat verwijzen ze je daarom naar een hotel of B&B.

Bepakking:

We komen bij het startpunt soms lopers tegen die met bijna 20 kilo bagage op weg gaan vanuit Nederland. Er zijn mensen die dat volhouden tot Santiago maar we horen ook vaak dat ze ergens in Noord-Frankrijk moeten afhaken omdat de rug of knieën niet tegen het gewicht bestand blijken. Het is voor iedereen anders maar over het algemeen blijkt dat een draaggewicht van maximaal 10 kilo inclusief 2 liter water het beste werkt. Dat kan een investering in lichte materialen vergen maar ook een scherpe selectie van wat je meeneemt. Voor een fietser wordt het gewicht pas spannend als er geklommen gaat worden. Dan is iedere kilo er een en dan kunnen 2 voor- en 2 achtertassen ineens zwaar wegen. Voor wie het gewicht te veel wordt is er de oplossing om onderweg bij een postkantoor alle overtollige (kampeer)spullen naar huis te verzenden. Zorg dan wel dat je er achter komt of er een postkantoor in de buurt is en geopend is. Dat kan wel eens tegenvallen. In de steden lukt het gemakkelijker. Dat verzenden is overigens ook handig als je onderweg iets leuks wilt kopen. Dat stuur je gewoon naar huis.

Muggen, bijen etc.

Er zijn insecten die ons het leven zuur kunnen maken. Het is afhankelijk van de tijd van het jaar of je er veel of weinig tegen komt. Er zijn allerlei middelen in de handel waarmee je beten van diverse insecten kunt behandelen. Advies hierover laten we over aan medici. Mensen die een allergie hebben voor bijvoorbeeld bijensteken moeten zeker even hun huisarts raadplegen voor vertrek. Mocht je onderweg te maken krijgen met een hondenbeet, wat niet waarschijnlijk is, ga dan meteen naar een dokter.

Medicijnen:

Iedereen, die voor langere duur of voor altijd medicijnen moet gebruiken, zou er verstandig aan doen een medicijnen paspoort bij zich te dragen. Dat kan je aanvragen bij je eigen apotheek. Let er op dat ze in Frankrijk en Spanje meer belang hechten aan officiële stempels dan wij gewend zijn te doen. Vraag je apotheker om zo’n stempel en ook om diens handtekening.

Tot zo ver onze tips. Zoals gezegd zijn we geen medici en adviseren we iedereen om de persoonlijke situatie voor te leggen aan de huisarts. De genoemde tips zijn een greep uit wat we horen van mensen die de tocht gemaakt hebben. Gelukkig komen alle genoemde situaties weinig voor en komen de meeste mensen zonder tussenkomst van artsen e.d. veilig aan in Santiago.