Stempelen

Met het stempelen bewijs je dat je de tocht gemaakt hebt. Voor het krijgen van de oorkonde (Compostelaat) in Santiago moet je tijdens de laatste 100 kilometer (lopers) of de laatste 200 kilometer (fietsers) twee keer per dag gestempeld hebben. Tot dat punt kun je volstaan met 1 stempel per dag. Die stempels mag je in principe overal halen waar een stempel is, bij voorkeur met bijgeschreven datum. Zo kun je een stempel halen bij hotels, refugios, postkantoren, kerken, VVV’s etc. etc. Op de route weten veel mensen waarvoor je de stempel nodig hebt. En vanaf de Pyreneeën kun je echt overal een stempel krijgen, in ieder geval bij iedere slaapplaats. Soms kom je in een cafeetje langs de weg voor koffie en daar ligt dan een stempel aan een touwtje op het buffet. Soms kom je hele mooie stempels tegen die speciaal voor de tocht gemaakt zijn.
Het leuke van stempelen is ook dat je aan het einde een volle stempelkaart hebt die je als een soort dagboekje herinneringen vertelt. Iedere stempel is dan een verhaal voor je.
IMG_0782In een park na Logrono zit tegenwoordig een man die Marcelino heet en zijn oude dag door komt met stempelen. Iedere dag gaat hij naar het park en installeert zichzelf aan een picknicktafel met een schaal koekjes en een schaal appels. Als je zijn gastenboek tekent krijg je van hem zijn mooie Marcelino stempel en Buen Camino gewenst.
In vroeger tijden heeft men de Camino ook gebruikt als straf. Iemand die iets misdaan had kreeg dan als straf een voettocht naar Santiago. Door middel van stempels kon hij of zij dan aantonen dat de tocht gemaakt was.
In de toekomst zullen er wellicht nieuwe technieken ontstaan die het stempelen kunnen vervangen. Er wordt op dit moment al gesproken over het maken van ‘selfies’ bij naambordjes van gemeenten maar een nieuwe erkende methode hebben we nog niet gezien.
Omdat je maar 100 of 200 kilometer afgelegd hoeft te hebben voor de oorkonde kun je aan die oorkonde nooit zien dat je veel meer kilometers gemaakt hebt dan voorgeschreven. Als je vanuit Nederland gekomen bent is dat meestal meer dan 2500 kilometer. Om dat toch ergens in vast te leggen heeft men inmiddels in Santiago ook een afstandcertificaat. Naast de oorkonde kun je nu een aparte oorkonde kopen waarop ook de totale afgelegde afstand wordt vermeld. En wie zichzelf een blijvende herinnering aan de Camino wil geven kan tegenwoordig in Santiago bij verschillende shops een heuse Camino tattoo laten zetten in de vorm van een schelp(je) of groter. Voor wie een tattoo te heftig vindt zijn er ook andere herinneringen zoals bijvoorbeeld het reversspeldje van de gele pijl.
Omdat de regel van de minimaal 100 en 200 kilometer geldt zal je onderweg merken dat met name vanaf het dorpje Sarria (102 km. voor Santiago) veel lopers instappen in de tocht. Je ziet dan ineens bussen met toeristen die ‘pelgrims’ brengen die even een weekje Camino doen. Ze wandelen veel met loopstokken, zien er zoals bij de wintersport zo modieus mogelijk uit en lopen 15 kilometer per dag zonder bagage hun Camino. Als je helemaal lopend of fietsend uit Nederland bent gekomen doet dit wat komisch aan.
Kijk voor het krijgen van je eigen stempel en stempelpaspoort in de rubriek ‘afspreken‘.